Monday, January 07, 2013

Aan moedershand


Aan moedershand zag ik het land
tevreden zwoegen zonder besef
van aanstondse wisseling van wacht
en hemelse overmacht.

Juichend rukte ik mij los. Dartelde
met blos in open veld alwaar
geen grenzen te hoop,
alles viel nog te ontdekken.

Haren groeiden, de mijne, de hare
nooit meer ik, voortaan wij
in gemeenschap van liefde
zouden wij goederen delen.

We bekeken elkaar als leken
in onontgonnen geuren en kleuren
en voelden nieuwe geluiden
in onze karkassen bassen.

We stegen op in stralen zon en regen
in het veld dat ons toescheen
als het aardse paradijs. Leven
zonder aanziens des persoons.

Waar ging het fout? vraag ik nu oud -
haalbare idealen, voor een zachte prijs
verpatst of gewoon verbeurd
want wie biedt nog wát?

Naar een wereld van steen ging ik heen
nooit meer wij, voortaan slechts ik -
welkom in de eeuwige jachtvelden
van rijkdom en roem:

Geen sprake van beschaving inzake
een wereld die tegen beter weten in
tolt rond zijn as voor het geluk
van eigen gewin en dunk.

Ik dank de heer die ik niet vereer
of zelfs maar geloof in zijn woord
voor de scheuren die moeder aard
heeft gebaard als offerplaat.

In de verwoestende val naar het helledal
reikt een moedershand.

No comments: