Tuesday, October 28, 2008

Fameuze taartjes

In Montbron heerste een feestelijke stemming. Het dorp op de grens van de Charente en de Dordogne maakte zich op voor het duizendjarig bestaan. Boven de smalle straten in het centrum was een web van vlaggetjes in de Franse driekleur gespannen. Winkeliers en bewoners hadden massaal het verzoek van de maire ingewilligd om hun panden een kwastje te geven in de regionale kleuren: muren korengeel en luiken lavendelblauw.
   De haan moest nog kraaien toen Maurice Sagory zijn voormalige boulangerie verliet om aan het werk te gaan. Anderhalf jaar geleden had hij de deuren van zijn bakkerij definitief in het slot gedaan, nadat een supermarktketen van het gemeentebestuur toestemming had gekregen om aan de rand van het centrum, op nog geen tweehonderd meter van zijn winkel, een vestiging te openen. Daarmee had de burgemeester zijn verkiezingsbelofte waargemaakt: ‘Montbron moet een plaats van betekenis in de regio worden.’ De bevolking had hem bijna unaniem het voordeel van de twijfel gegeven.
   Zes maanden na de komst van de grootgrutter had Maurice de ongelijke concurrentiestrijd moeten staken. Het voorgebakken brood had het gewonnen van zijn traditioneel gebakken flûtes, baquettes en pain de campagne. Gebak verkocht hij nog wel. De taartjes met verse bramen, abrikozen, kersen en frambozen vonden nog wel gretig aftrek, maar zijn gezin met drie dochters in de puberteit kon hij er niet van onderhouden. Het bordje fermé achter het glas van zijn winkeldeur keerde hij niet meer om toen hij een nieuwe betrekking had gevonden als chauffeur van een drankenhandel in een naburig dorp.
   Elke ochtend als hij zijn volgeladen bestelbus startte, vervloekte hij de burgemeester en zijn nieuwe, weinig benijdenswaardige bestaan. Rancuneus was hij teruggetreden uit het bestuur van de winkeliersvereniging, en ook uit dat van de kerk. Hij had niets meer te verwachten van Montbron en Montbron niets meer van hem. Ook al had hij dat in zijn bedankbrieven niet zo durven formuleren.
   Hij was die ochtend nog niet uitgefoeterd toen de Peugeot van de burgemeester naast zijn warmdraaiende diesel stopte.
   ‘Bonjour Maurice,’ riep de burgervader door het geopende raam.
   ‘Bonjour,’ mompelde Maurice stuurs.
   ‘Heb je even?’
   Maurice keek op zijn horloge en knikte aarzelend: ‘Ik denk het wel.’
   ‘Je bakkerij is nog in orde, is het niet?’ vroeg de burgemeester retorisch.
   Maurice perste lucht naar buiten zoals alleen Fransen kunnen blazen als een soort schouderophalen.
   ‘Goed dan. Ik wil je vragen om vijftig taartjes te bakken voor een bijzonder feest op de Mairie, aanstaande zaterdag. Niemand kan dat immers beter dan jij. Zou dat lukken, denk je?’
   Maurice wist even niet wat hij moest denken. Maar na een paar seconden verscheen er een nauwelijks zichtbare glimlach rond zijn lippen. ‘Natuurlijk gaat dat lukken, ik voel me zeer vereerd. Dank je.’
   ‘Vijftig stuks, doe maar van alles wat, zaterdag om 10 uur precies.’ De eerste burger van Montbron stak zijn hand op en reed weg.
   Maurice voelde een vreemde spanning in zijn lijf opkomen. Eindelijk ging hij doen wat hij al zo lang van plan was: wraak nemen op de vijf bestuurders. En hij wist nu precies hoe. Verdomme, de Sagory’s bakten al meer dan zestig jaar het brood in het dorp. Ik zal ze krijgen.

Het was een lome zaterdagochtend en witte kantelen in donkere wolken kondigden onweer aan. Klokslag tien uur arriveerde Maurice met één kleine en vier grote taartdozen bij de Mairie. De gemeentesecretaris wachtte hem op: ‘Je bent mooi op tijd, Maurice. Zijn ze nog steeds zo lekker als vroeger?’
   ‘Nog lekkerder,’ veinsde Maurice. ‘In de kleine doos zitten vijf taartjes die ik speciaal voor het bestuur gemaakt heb.’
   ‘Komt in orde,’ zei de secretaris en nam de taartdozen over. ‘Zeg, loop even mee, ik heb nog wat voor je.’ Met zijn elleboog opende hij de deur van de grote zaal, fel kunstlicht joeg een wolk van tabaksrook naar buiten. De kille ruimte die louter gebruikt werd voor herdenkingsplechtigheden, was nu geheel gevuld met vrolijke mensen die Maurice toelachten en zelfs luid voor hem applaudisseerden.
   Aan het einde van de zaal stond de burgemeester te glunderen naast Maurice zijn vrouw en drie dochters. Wat deden zij hier? En waarom gingen zij zo feestelijk gekleed? Zijn dochters die anders niet uit hun spijkerbroek waren te wringen, droegen nu pastelkleurige jurken en hadden alle drie het haar opgestoken. Zijn trots steeg even hard als zijn verbazing. Wat zijn vrouw, in een ivoorwit deux-pièces met frivole roze bloemen, er toe bracht om met haar wijsvinger tegen de onderkant van haar kin te tikken. Na de tweede keer begreep Maurice de hint.
   De burgervader maande tot stilte. ‘Welkom Maurice. Je zult je wel afvragen wat er aan de hand is. Welnu, beste Maurice, ik moet mijn verontschuldigingen aanbieden. Ik heb je namelijk een beetje misleid. Natuurlijk willen wij allemaal graag nog één keer genieten van je fameuze taartjes. Maar dat is niet de ware reden waarom ik je gevraagd heb te komen…’
   Maurice voelde zich duizelig worden. De mensen in de zaal vervaagden en de woorden van de maire klonken hol. Slechts flarden van wat tot hem gezegd werd drongen tot hem door. ‘Zijn vele verdiensten… drie generaties Sagory… zijn fameuze taartjes… nieuwe toekomst… voortvarendheid… ereburger van Montbron.’ Voordat hij het goed en wel besefte, speldde de burgemeester hem versierselen op en werd hij gekust door zijn vrouw en drie dochters tijdens een staande ovatie.
   De burgervader hief beide handen, waarop het gedruis uitstierf. ‘En laat ons dan nu nog één keer genieten van de fameuze taartjes van Maurice Sagory.' Een traktatie die met gejuich werd ontvangen.
   De gemeentesecretaris hield Maurice en zijn gezin een dienblad voor. Daarop stonden vijf taartjes, door Maurice speciaal geprepareerd voor het gemeentebestuur. Ze zagen er onweerstaanbaar lekker uit.

No comments: