Sunday, January 08, 2006

De kikkerklas

‘Kinderen, staak jullie gekwaak.’ Meester Groen had nooit veel woorden nodig om orde te houden, daarvoor stond hij al te lang voor de klas. ‘Vanmorgen wil ik met jullie praten over de troonopvolging in ons land. Wie kan mij zeggen wat een troonopvolging is?’
Jet stak haar vinger op en ze mocht antwoord geven. ‘Wie onze nieuwe koning wordt.’
‘Heel goed, Jet. En in ons Kikkerland is dat de oudste zoon van de koning. Maar zoals jullie weten heeft koning Langpoot alleen maar dochters. De wet schrijft voor dat dan de oudste broer van de koning de nieuwe koning wordt. Maar die is helaas op tragische wijze om het leven gekomen tijdens de oorlog met Reigerland. En daarom heeft ons land een groot probleem.’
Alle kinderen begonnen nu door elkaar te kwaken. Want een land zonder koning konden ze zich niet voorstellen. Wie moest het land dan beschermen tegen die altijd op de loer liggende Reigers? En erger nog: voor wie moesten zij dan drie keer hoera roepen op Koningsdag?
Groep acht van de Koning Langpoot school was zich op slag bewust van het grote probleem waarmee het land te kampen had. Want de koning was al geruime ziek en zou niet meer beter worden.
Meester Groen zag het panische effect van zijn woorden en vroeg geruststellend: ‘Zou iemand van jullie misschien een oplossing weten?’ Het nerveuze gekwaak verstomde. De meeste kikkerkinderen verzonken in een diep gepeins. Maar geen van hen kon of durfde het woord te nemen.
‘Pim,’ schudde meester Groen de klas wakker, ‘heb jij een idee?’
Pim was een mankpoot en werd door de andere kinderen vaak belachelijk gemaakt, te meer omdat zijn vader republikeinse sympathie├źn koesterde, iets wat in Kikkerland bijna niet voorkwam.
‘We moeten een president kiezen,’ opperde Pim voorzichtig, zijn vader napratend.
‘Bullshit!’ brulde Willemijn nog voordat meester Groen iets had kunnen zeggen en met zichtbare instemming van de andere kinderen.
‘Maar hoe moet het nu verder?’ temperde meester Groen de gemoederen.
Niemand wist het.
‘De koning heeft als wijs man zelf iets bedacht,’ ging hij verder. ‘Hij laat zijn oudste dochter trouwen met prins Rolfo van Slootland, en zij worden dan de nieuwe koning en koningin van Kikkerland.’
Meester Groen had de kikkerklas niet harder kunnen treffen. Als geslagen kikkerdril staarden de kinderen hem aan.
‘Maar, maar…dat kan niet,’ stamelde Willemijn.’
‘Waarom zou dat niet kunnen, Willemijn?’
‘Omdat die Rolfo een bruine pad is!’
De onrust in de klas nam nu zulke vormen aan dat meester Groen hard met zijn hand op de lessenaar moest slaan om de orde te laten weerkeren.
‘Wat de koning besluit, hebben wij maar te accepteren,’ stelde meester Groen vast. ‘En daar komt bij dat prins Rolfo op dit moment de enig huwbare prins is.’
Deze uitleg kon de kinderen nog niet overtuigen. Sommige van hen zaten met een vreemde blik in hun bolle oogjes te staren naar Pim die wat onrustig op zijn bankje zat te wippen.
‘Verder heeft de koning besloten dat Rolfo de naam Langpoot zal aannemen. Dus wat dat betreft verandert er niets. Ons koningshuis zal door dit wijze besluit kunnen voortbestaan.’
Meester Groen keek de klas rond en zag de verwarring die hij bij de kinderen had aangericht en wist even niet wat te doen. Op dat moment ging de bel voor het speelkwartier. Alle kinderen waren op slag verlost van het koningsdrama en begonnen in hun kastjes te zoeken naar etenswaren en drinken.
‘We gaan touwtje springen,’ legde Willemijn haar wil op aan een groepje meidenkikkers.
Binnen een minuut was het klaslokaal leeg. Alleen Pim zat nog in zijn bankje en zocht met grote, bolle ogen de blik van meester Groen.
'Wijs is degene die zijn mening durft te herzien, Pim,' zei meester Groen.
Pim kon een glimlach nauwelijks onderdrukken. 'Dan wonen er heel weinig wijze kikkers in ons land, meester.'