Thursday, November 09, 2006

Dag

Dwang roept mij om in dit uur van ontij geen dag
te passen. We moeten elkaar even spreken –
zien is uitgesloten –, zoveel is mij wel duidelijk.

Mijn schaduw volgend in het lange autolicht
vind ik mijn weg langs gepolijste klaagstenen.
Hier en daar flikkeren woorden ter herinnering,

maar zo niet wij. De toekomst ligt hier begraven
om voor eens en voor altijd ontsloten te worden
door ons samenzijn. Waar is het wachten op?

Het was maar voor even. De nacht houdt de wacht.

Wednesday, May 24, 2006

(De tegenkeer)

Ik zie je maar ik hoor je niet.
Ik hoor je maar ik voel je niet.
Ik voel je maar ik ruik je niet.
Ik ruik je maar je bent er niet.

Friday, May 19, 2006

Wat was

Als hij zijn hersens pijnigt
weet hij niets meer dan
de angst voor het onbekende.
Langzaam zie ik hem wegzakken
in het moeras van ontkenning
het steriele denken dat rest.
Soms inhaleert ie voor heel even
die verrukkelijke geur
van toen hij nog wist
en nog van niets wist;
die onmiddellijk vervliegt
zodra hij probeert
het spoor te volgen naar
ik weet niet wat.
Is dit het dan,
opgaan in niets,
zo dicht bij de bron?
Ik moet er niet aan denken.

Tuesday, April 11, 2006

Opdracht

Ik zucht de dood
de zoveelste keer
mijn lichaam uit,
sluit deuren en ramen
spoel alle sporen
van me af.

Maar komende nacht
zal hij er weer zijn,
kijk ik hem - ras ontwaakt -
recht in de witte ogen
zijn hand stevig om mijn keel.

En weer zal ik roepen
fier onverstaanbaar:
Sodemieterop!
ik heb je verwerkt,
wat wil je nog meer?

Dat je me bewerkt
zal hij zeggen;
maar alleen voor
de goede verstaander.

Friday, February 24, 2006

Regenboog

Laatst zag ik een regenboog
van niets naar niets;
negen kleuren in strakke banen
cheek to cheek.

Ik keek tot welk'n hemelse hoogte
het spectrum zich onschuldig kromde
geen weet van wat zich
in donkere wolken samenpakte.

Briljant indigo, zoals jij daar straalt
tussen blauw en violet.
En mijn zachte geelgroen, zoek niet
naar onderscheid met je naasten
maar wees jezelf,
zoals uitbundig oranje en ferm rood.

Wat een pure schoonheid praalde daar
zich koest'rend in ’t goudgele licht.

Naar ik hoop verbiedt het verbond
een vermenging tot eigenloos wit.

Tuesday, February 14, 2006

Zinloos

Pijn doen woorden
van verkeerde keuze
snijden vlijmender dan
papier dat hen openbaart
als woorden
zich explosief ontladen
in verkeerde zin
en dwepen tot moorden
doen woorden
van willekeurig geslacht
er het zwijgen toe

ik lees de angst op vele lippen

Monday, February 13, 2006

Handschrift

Slechts twee meter graven
en ik ben bij je
maar kalmeer me met
een waarom
en pak als vanouds je hand,
we praten honderduit
zonder een woord te zeggen
als onze wijze vingers spreken
in een bloedverbonden schrift.

Slechts twee meter die
me onthechten van dialogen
zoals ik ze nooit meer voer
strelende woorden
een priemend verzoek
kan ik ooit nog glimlachend
toegeven in een hand?

Slechts twee meter verwijderd
om je te vertellen
dat ik alle verhalen nog weet
niets heb gewist
of verschoond
van wat in onze palmen
stond geschreven.

Op slechts twee meter sta ik
blauw weerkaatsen de herinneringen
toen alles nog gewoon was
maar je klinkt steeds verder weg
gescheiden door ontilbare aarde
zal ik jouw hand nooit
nooit meer kunnen warmen.

Sunday, January 08, 2006

De kikkerklas

‘Kinderen, staak jullie gekwaak.’ Meester Groen had nooit veel woorden nodig om orde te houden, daarvoor stond hij al te lang voor de klas. ‘Vanmorgen wil ik met jullie praten over de troonopvolging in ons land. Wie kan mij zeggen wat een troonopvolging is?’
Jet stak haar vinger op en ze mocht antwoord geven. ‘Wie onze nieuwe koning wordt.’
‘Heel goed, Jet. En in ons Kikkerland is dat de oudste zoon van de koning. Maar zoals jullie weten heeft koning Langpoot alleen maar dochters. De wet schrijft voor dat dan de oudste broer van de koning de nieuwe koning wordt. Maar die is helaas op tragische wijze om het leven gekomen tijdens de oorlog met Reigerland. En daarom heeft ons land een groot probleem.’
Alle kinderen begonnen nu door elkaar te kwaken. Want een land zonder koning konden ze zich niet voorstellen. Wie moest het land dan beschermen tegen die altijd op de loer liggende Reigers? En erger nog: voor wie moesten zij dan drie keer hoera roepen op Koningsdag?
Groep acht van de Koning Langpoot school was zich op slag bewust van het grote probleem waarmee het land te kampen had. Want de koning was al geruime ziek en zou niet meer beter worden.
Meester Groen zag het panische effect van zijn woorden en vroeg geruststellend: ‘Zou iemand van jullie misschien een oplossing weten?’ Het nerveuze gekwaak verstomde. De meeste kikkerkinderen verzonken in een diep gepeins. Maar geen van hen kon of durfde het woord te nemen.
‘Pim,’ schudde meester Groen de klas wakker, ‘heb jij een idee?’
Pim was een mankpoot en werd door de andere kinderen vaak belachelijk gemaakt, te meer omdat zijn vader republikeinse sympathie├źn koesterde, iets wat in Kikkerland bijna niet voorkwam.
‘We moeten een president kiezen,’ opperde Pim voorzichtig, zijn vader napratend.
‘Bullshit!’ brulde Willemijn nog voordat meester Groen iets had kunnen zeggen en met zichtbare instemming van de andere kinderen.
‘Maar hoe moet het nu verder?’ temperde meester Groen de gemoederen.
Niemand wist het.
‘De koning heeft als wijs man zelf iets bedacht,’ ging hij verder. ‘Hij laat zijn oudste dochter trouwen met prins Rolfo van Slootland, en zij worden dan de nieuwe koning en koningin van Kikkerland.’
Meester Groen had de kikkerklas niet harder kunnen treffen. Als geslagen kikkerdril staarden de kinderen hem aan.
‘Maar, maar…dat kan niet,’ stamelde Willemijn.’
‘Waarom zou dat niet kunnen, Willemijn?’
‘Omdat die Rolfo een bruine pad is!’
De onrust in de klas nam nu zulke vormen aan dat meester Groen hard met zijn hand op de lessenaar moest slaan om de orde te laten weerkeren.
‘Wat de koning besluit, hebben wij maar te accepteren,’ stelde meester Groen vast. ‘En daar komt bij dat prins Rolfo op dit moment de enig huwbare prins is.’
Deze uitleg kon de kinderen nog niet overtuigen. Sommige van hen zaten met een vreemde blik in hun bolle oogjes te staren naar Pim die wat onrustig op zijn bankje zat te wippen.
‘Verder heeft de koning besloten dat Rolfo de naam Langpoot zal aannemen. Dus wat dat betreft verandert er niets. Ons koningshuis zal door dit wijze besluit kunnen voortbestaan.’
Meester Groen keek de klas rond en zag de verwarring die hij bij de kinderen had aangericht en wist even niet wat te doen. Op dat moment ging de bel voor het speelkwartier. Alle kinderen waren op slag verlost van het koningsdrama en begonnen in hun kastjes te zoeken naar etenswaren en drinken.
‘We gaan touwtje springen,’ legde Willemijn haar wil op aan een groepje meidenkikkers.
Binnen een minuut was het klaslokaal leeg. Alleen Pim zat nog in zijn bankje en zocht met grote, bolle ogen de blik van meester Groen.
'Wijs is degene die zijn mening durft te herzien, Pim,' zei meester Groen.
Pim kon een glimlach nauwelijks onderdrukken. 'Dan wonen er heel weinig wijze kikkers in ons land, meester.'